Verwondering als kinderkwaliteit

Als ik denk aan de ontwikkeling van kinderen dan is het woord hechten een belangrijk begrip. Als baby is de eerste hechting aan moeder en vader of andere opvoeders van wezenlijk belang. Dit tekent de manier waarop kinderen met het leven zullen omgaan. Een veilige hechting geeft zelfvertrouwen en een gevoel van ertoe doen.

Op 4-jarige leeftijd gaan kinderen naar de basisschool. De wereld wordt groter en er is een hoop te leren en te beleven. Voor de hechting aan de gemeenschap van de basisschool zijn de juf en meester natuurlijk belangrijk. Maar ik denk dat kinderen dan ook rijp zijn om zich te hechten aan de concreet werkende wereld om hen heen. Een wereld waar ze dagelijks van afhankelijk zijn.

Voor een goede hechting is het belangrijk uit te gaan van een kwaliteit die jonge kinderen in zich hebben. Zonder moeite kunnen zij zich verwonderen en zich onderdeel voelen van een groter geheel. Als ze op de wc beseffen dat wat ze poepen weer voedsel is voor beestjes die het zo voor ons opruimen dan kunnen zij zich daarover verwonderen. Op die ervaringslaag kunnen zij zich nog zonder moeite onderdeel voelen van een geheel (de voedselkringloop) en die ervaring de rest van hun leven meedragen.

Ditzelfde geldt ook voor de kraan, het stopcontact, de vuilniszak, het eten en het gasfornuis. Allemaal kansen en dagelijkse voorwerpen die makkelijk te verwonderen zijn. Hoe komt ons drinkwater in de kraan, wie werkt er voor ons op het land, waar staan de poep- en elektriciteitsfabriek etc? De Verwondering hierover is de humuslaag waarop zaadjes van kennis vruchtbare kunnen landen. Kinderen leren vanuit een geheel te denken en ervaren kennis dan niet meer als losse brokjes theorie. 

Ik stel voor om van de basisschool een levende leeromgeving te maken. Door de 8 jaren heen wordt er een omgevingskaart aangelegd waarop de locaties van alle basisvoorzieningen staan. Er worden uitstapjes gemaakt naar de locaties en mensen van de locaties komen langs. Kinderen helpen mee op het land om graan te verbouwen, wat ze daarna op school malen en waarvan ze thuis een pannenkoek bakken. Natuur en techniek wordt op die manier geïntegreerd in de werking van de dagelijkse voorzieningen.

Spijkers worden met elektriciteit magnetisch gemaakt en melk wordt omgetoverd tot yoghurt. Kinderen maken filters om water te zuiveren en produceren zelf biogas. Ook deze praktische proefjes landen op de laag van verwondering. Kinderen bedanken de mensen die dagelijks de voorzieningen verzorgen en stellen zich voor om later zelf ook een bijdrage te leveren. Als ze de basisschool verlaten hebben ze een Wonderwelkaart in hun lijf en hoofd. Een kaart die thuis boven hun bed hangt, want daar telt die ook.

Ik denk dat de hechting aan de basisschool goed lukt als we de school inrichten vanuit de kracht van de kinderkwaliteit. Kennis is dan voor de kinderen niet koud maar warm. Met die kennis zullen ze later als ze volwassen zijn met plezier en zelfvertrouwen de uitdagingen aangaan die dan voor liggen. Dit lijkt mij een goede manier om kinderen voor te bereiden op een toekomst die we zelf als opvoeders niet kennen.