Wie het weet mag het zeggen...

Daar gaan we dan met het Wonderwel Blog!

Al jarenlang ben ik gegrepen door hoe mijn huis functioneert. Dat is begonnen toen mijn zoon Twan werd geboren. Dat is nu 12 jaar geleden. Door zijn geboorte veranderde mijn leven radicaal en was ik opeens veel meer aan huis gebonden. Daarbij overviel mij ook nog een soort vaderlijke behoefte om hem in te wijden in de wereld die voor hem zou komen. Het begin van zijn wereld was ons huis waar hij parmantig rondkroop. Altijd op zoek naar stopcontacten (de appel valt niet ver van de boom) die ik al snel had afgeplakt.

Ik besefte dat ik hem maar weinig kon vertellen over hoe er nou elektriciteit uit een stopcontact kan komen en wie daar voor zorgt. Tot mijn schrik gold dat ook voor de wc, de kraan, de vuilniszak, het gasfornuis en zijn eten. Ik stond met mijn mond vol tanden en besloot op onderzoek te gaan.

Dit onderzoek werd een prachtig avontuur waarbij ik regelmatig stomverbaasd was over hoe onze basisvoorzieningen functioneren. Dezelfde verwondering die ik voelde bij de geboorte van mijn zoon ervoer ik ook bij verschillende ontdekkingen: poep en plas is weer eten voor beestjes (bacteriën), die het daardoor zuiveren. Mijn vuilniszakken worden verbrand en met de hitte van dat vuur wordt weer elektriciteit opgewekt. Zo kreeg afval voor mij een heel andere betekenis en werd mijn huis een universum van menselijk vernuft. Vernuft waarbij we steeds weer bleken uit te gaan van de natuur en haar wetten. We apen de natuur vaak gewoon maar na. Altijd al zijn onze drollen opgegeten door bacteriën, of in het veld of in de sloot. Tegenwoordig doen we in de rioolwaterzuiveringsinstallaties de sloot na: we laten dezelfde bacteriën onder optimale omstandigheden (veel zuurstof, lekkere temperatuur) het werk voor ons doen. En wat de bacteriën niet kunnen verteren word gedroogd en daarna verbrand met de vuilniszakken.

Zo zat ik mij in die tijd op de wc te verwonderen over dit alles. Dus poep en plas wordt verteerd door beestjes en wat ze niet lukt wordt verbrand. Daarmee wordt weer elektriciteit opgewekt voor de lamp die nu boven mijn hoofd brandt. Ik voelde me zo onderdeel van een prachtige geheel. Ik verbaasde mij erover dat ik dit alles altijd zo vanzelfsprekend had gevonden. En ik voelde me een gelukkig mens dat ik mij er nu over kon verwonderen. De behoefte groeide om deze ervaringen, naast mijn kinderen, met anderen te delen.

Ik vind het inspirerend om te zien hoe onze voorouders in het verleden met veel doorzettingsvermogen en inventiviteit de voorzieningen hebben opgebouwd. Hoe ooit zonder hijskranen de eerste waterleidingen en rioleringen zijn aangelegd. Gewoon met een schep. Dat er dus ook een tijd is geweest dat die voorzieningen er nog niet waren. Hoofdvraag die steeds weer bij mij opkomt is: ‘Hoe gaan we zorgen dat de voorzieningen ook in de toekomst geleverd kunnen blijven worden?’. Daar zullen we, denk ik, dezelfde inventiviteit voor nodig hebben als de mensen die in het verleden hebben gebruikt. Alleen doordat we de levering van de voorzieningen vaak als vanzelfsprekend ervaren wordt de inventiviteit niet gestimuleerd.

Misschien hebben we wel weer meer schaarste nodig. Wie het weet mag het zeggen...