Meer over voedsel

Fotosynthese

Hieronder kom je meer te weten over hoe de fotosynthese werkt. Fotosynthese is bijzonder; het is de basis voor hoe planten, dieren en mensen energie binnen krijgen om van te leven. We kunnen het met recht een toverformule noemen.

Fotosynthese is een chemische reactie. Zo’n reactie is best moeilijk te begrijpen. Maar als je het begrijpt kun je de samenhang zien van veel meer processen die in het Wonderwelboek worden beschreven. In een rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een ‘omgekeerde’ fotosynthese. Je kunt er ook mee verklaren wat er in een composthoop gebeurt of hoe biogas wordt gemaakt. Kijk maar op de verdiepingspagina’s bij riool, afval en aardgas.

Hoe werkt een chemische reactie eigenlijk? Om een chemische reactie kort op te schrijven gebruiken scheikundigen letters en cijfers. Laten we water als voorbeeld nemen. In letters en cijfers is dat H2O. De letters staan voor atomen en de cijfers voor hoeveelheden. Een atoom is een bouwsteen. H staat voor de bouwsteen waterstof en O voor de bouwsteen zuurstof. Water is dus opgebouwd uit een combinatie van twee waterstofatomen (H2) en één zuurstofatoom (O). Deze drie atomen zitten aan elkaar vastgeplakt. Ze zijn verbonden. Zo´n verbinding heet een molecuul. Om twee of drie watermoleculen uit te drukken schrijven de scheikundigen 2 H2O of 3 H2O. Een ander voorbeeld is koolstofdioxide (CO2). Dat is samengesteld uit één koolstofatoom (C) en twee zuurstofatomen (O2).

Bij een chemische reactie wordt eerst de verbinding verbroken van de moleculen die meedoen aan de reactie. Daarna verbinden de losse atomen zich, afhankelijk van welke reactie er plaatsvindt, in een andere samenstelling. Zo ontstaan er nieuwe moleculen.

Nu terug naar de fotosynthese. Hieronder in letters en cijfers de formule van deze chemische reactie:

In woorden staat er: zes koolstofdioxidemoleculen (6 CO2) vormen samen met zes watermoleculen (6 H2O) onder invloed van zonlicht één suikermolecuul (C6H12O6) en zes zuurstofmoleculen (6 O2).

Om de verbinding te verbreken van de koolstofdioxide- en watermoleculen wordt tijdens de fotosynthese de energie van de zon gebruikt. Hierdoor komen de koolstofatomen, de waterstofatomen en de zuurstofatomen vrij uit hun moleculen. De vrije atomen verbinden zich tijdens de chemische reactie ook weer met hulp van het zonlicht in een nieuwe samenstelling: er ontstaat één suikermolecuul en zes zuurstofmoleculen.

De zuurstof komt via de bladeren in de lucht en die kunnen wij weer inademen. De suikers eten we op via de plant. Als we de suikers na het eten verteren komt de energie van de zon weer vrij in ons lichaam en die gebruiken wij om te lopen, te fietsen en zo verder.