Ook in het onderwijs?

Vorige week heb ik met het team van de Sint Catharina basisschool uit Amsterdam een bijeenkomst gehad. Het onderwerp van gesprek was of en zo ja hoe het Wonderwel programma gekoppeld kan worden aan het curriculum van de school.

Eerst heb ik met de docenten een soort van nulmeting gehouden net als ik bij de kinderen doe. Ook tegen hen zei ik fantaseer er maar lekker op los als ik vragen stel over de werking van onze basisvoorzieningen, alle antwoorden zijn goed. Maar ja dat is makkelijker gezegd dan gedaan want zeker wij als volwassenen zijn erop gericht om de goede antwoorden te geven. En daar ligt misschien precies het probleem bij het onderwijs aan jonge kinderen. Zij zijn nog open en minder geconditioneerd dan wij volwassenen.

Dat brengt mij erop dat ons onderwijs erg aanbod gericht is: de docent vertelt hoe het zit en de kinderen moeten die brokjes kennis in zich op nemen, zodat ze later een goede toets kunnen maken. Door deze manier van leren lopen we het risico dat we de spontaniteit en nieuwsgierigheid bij kinderen wegnemen en dat ze leren als niet leuk ervaren. Leren wordt dan synoniem voor stil zitten en luisteren. Twee dingen die voor de meeste kinderen niet lang zijn weggelegd, waardoor disciplinering zo'n item is op scholen. Juffen en meesters moeten constant zeggen: 'ga uit je lijf en ga naar je hoofd'.

Tot mijn spijt heb ik dat bij mijn beide kinderen zien gebeuren op de basisschool. Ik zag zeer betrokken docenten die hard werkten, maar de omstandigheden waaronder gaf ze weinig mogelijkheden tot uitdagend onderwijs. Hoe is het toch mogelijk dat we zoveel kinderen zolang in één lokaal stoppen? Deze ervaring is voor mij een drijfveer geworden om allerlei projecten te bedenken en uit te voeren op basisscholen. Van boerderijlessen en polderlessen in de buitenlucht tot technieklessen binnen de schoolmuren. Elke keer weer is het enthousiasme van de leerlingen en docenten aanstekelijk en voor mij motivatie om door te gaan.

Dus nu weer terug naar de bijeenkomst op de Catharina. Hoe kunnen we daar een ontwikkeling in gang zetten naar meer vraaggestuurd onderwijs? Onderwijs dat beter aansluit bij de leefwereld en nieuwsgierigheid van kinderen en waarbij ze zelf eigenaar kunnen worden van hun leerproces. Dit zijn mooie woorden maar hoe brengen we die in praktijk?

Op de Catharina hebben we besloten dat elke groep in de maanden januari en februari de werking van een basisvoorziening gaat onderzoeken. Vanuit de kinderen gezien is dit aanbod gestuurd. Wij volwassenen hebben dat besloten en ook welke basisvoorziening een bepaalde groep gaat doen. Dus is de manier waarop de kinderen het onderzoek gaan doen bepalend of het het proces meer vraaggestuurd zal zijn. Ik ga in januari in alle klassen een nulmeting houden. In het vervolg van het onderzoek worden de vragen van kinderen die tijdens de nulmeting naar boven komen tot uitgangspunt genomen.

De docenten koppelen daarna vakken als aardrijkskunde en geschiedenis, natuur en techniek aan hun basisvoorziening. Afhankelijk van de vragen van kinderen kan het bij de drinkwatervoorziening gaan over de waterkringloop en bij het riool over hoe belangrijk bacterien zijn bij het schoonmaken van onze wc's. De betreffende docent kan zo zijn/haar onderwijs richten naar wat de kinderen hebben aangegeven. Ik eindig met een techniekworkshop en ook daar kunnen vragen aan bod komen. En misschien kan de groep in het kader van het onderzoek wel op bezoek bij een betekenisvolle locatie. Ik denk aan een rioolwaterzuivering, de drinkwaterduinen of misschien wel het Windlab van Eneco dat momenteel in Amsterdam is. 

Door de verscheidenheid van het Wonderwel aanbod kunnen kinderen met hoofd, hart en handen leren. Voor ieder wat wils. Ik ben benieuwd hoe dit gaat lopen en houd jullie op de hoogte!