Wonderwel in de nme wereld

Na de afspraken met nme-centra in Zaanstad en de Haarlemmermeerpolder ben ik een stuk wijzer of Wonderwel een bijdrage kan leveren rond het educatieve aanbod aan basisscholen. De beide ontmoetingen waren hartelijk en opbouwend. In Zaanstad vonden ze het Wonderwel programma interessant. Probleem voor hun was wel dat Wonderwel het risico loopt om bovenop het aanbod te komen dat al bestaat en zodoende af te schrikken. Ze zagen wel de meerwaarde maar willen voorzichtig beginnen en gaan daarom aankomend jaar meelopen met een aantal techniek workshops die in Amsterdam plaatsvinden. 

In de Haarlemmermeerpolder waren Ingrid en Rudy ook enthousiast en na een goede discussie wilden ze gelijk aan de slag met Wonderwel. Ze vonden het idee interessant om jonge kinderen te verwonderen rond de werking van de basisvoorzieningen. Leuk was ook om pratenderwijs te ontdekken dat je heel veel van hun huidige aanbod op een logische manier kunt passen in het Wonderwel programma. Ze waren het ermee eens dat er voor kinderen en scholen zo meer eenheid in het aanbod komt. Daarbij vonden ze het woord Wonderwel een mooie kapstok voor de verschillende programma's. Wonderwel geeft als woord VERwondering aan voor het bijzondere samenspel tussen natuur en techniek bij de werking van onze basisvoorzieningen en BEwondering voor hoe mensen met techniek de natuur naar hun hand hebben gezet. Als kinderen door de loop van hun basisschooljaren dit woord vaker tegenkomen kan dat ook volgens Ingrid en Rudy voor kinderen meer samenhang geven tussen de verschillende projecten. Voor mij was het fijn om te merken dat het NMCX het hiermee eens is. 

Ik vertelde ze dat het volgens mij de uitdaging is om om het jonge kind heen een soort van netwerk te bouwen waarbinnen de kinderen spelenderwijs worden ingewijd in duurzaamheid. Dat netwerk bestaat wat mij betreft uit basisscholen, ouders, natuurcentra, nutsbedrijven etc. Belangrijk is dat volwassenen binnen dat netwerk vanuit verschillende ervaringen dezelfde taal spreken naar kinderen. Tijdens het opgroeien komen ze zo steeds weer opnieuw in contact met hetzelfde verhaal en kunnen ze dat op hun eigen manier van zichzelf maken. De kinderen kunnen zich dan vanuit dat gedeelde verhaal onderdeel voelen van een groter geheel. Het mooiste zou natuurlijk zijn als de kinderen ook een bijdrage kunnen leveren aan dat verhaal en voelen dat ze er toe doen.

Aan het eind van ons gesprek hadden Rudy en Ingrid zelfs al een project in gedachten waarbij de Wonderwel leerlijn aangeboden kan worden aan verschillende basisscholen. Als dat gebeurt ga ik een aantal mensen trainen in de Haarlemmermeer die deze scholen dan kunnen ondersteunen. Ik ben benieuwd hoe dit balletje gaat rollen.