lokaliteit als meerwaarde

Een Wonderwel lokaliteit is een gebied waar mensen dezelfde nutsvoorzieningen gebruiken. Dat geeft een bijzondere manier van verbondenheid: de vuilniszakken worden in dezelfde fabriek verbrand, het drinkwater komt uit hetzelfde gebied en de drollen gaan naar dezelfde rioolwaterzuivering. Voor kinderen is het leuk om te weten dat we op die manier bij elkaar horen. Die verbinding is ook fysiek. Achter de muren van de huizen en onder de grond krioelt een enorm buizenstelsel waar (afval)water, gas en elektriciteit doorheen stromen. In die zin is ons huis een spin in het web. 

De manier waarop onze basisvoorzieningen worden geproduceerd is een kans om kinderen te interesseren in natuur en techniekonderwijs. Het samenspel tussen die twee is fascinerend: hoe heeft de mens toch bliksemkracht in een stopcontact gestopt? Dit samenspel geeft ook kansen voor onderwijs in duurzaamheid. 

Op het gebied van dit onderwijs is er voor scholen al veel aanbod op de markt. Ook Wonderwel is onderdeel van dat aanbod. Wat kan dan toch de meerwaarde zijn van de Wonderwel aanpak? Antwoord op die vraag is dat Wonderwel door haar manier van werken de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs deelt. Bij de Amsterdamse lokaliteit ontstaat door het uitvoeren van het Wonderwel programma nu een netwerk van verschillende partijen. Nutsvoorzieningen, natuurspeeltuinen, kinderboerderijen, basisscholen, de Pabo, schoolwerktuinen en ouders worden onderdeel. Op de aangesloten plekken is het Wonderwel verhaal bekend en worden kinderen daar ook op aangesproken.

Als op school bijvoorbeeld de aardgasvoorziening wordt behandeld dan zoeken de kinderen thuis samen met hun ouders de gasmeter op en houden een week lang de stand bij. Tijdens een bezoek aan de natuurspeeltuin in de buurt maken de kinderen zelf gas en ontbranden dat. De medewerkers tonen interesse in hoe het aardgas de kachel van de natuurspeeltuin in de winter warm maakt en vragen hoe de kachel thuis warm wordt. De leerlingen ervaren dezelfde interesse bij het bezoek aan het bedrijf dat alle gas- en elektriciteitsbuizen in de grond legt. In het weekend gaan de kinderen samen met hun ouders naar een open dag van de nutsvoorziening en vertellen ze op school wat ze daar hebben meegemaakt.

Voor de kinderen is het inspirerend dat ze op verschillende plekken vanuit hetzelfde verhaal worden aangesproken. Zo worden naast docenten ook ouders en medewerkers van de (nuts)bedrijven belangrijk voor het onderwijs. Zo kunnen wij volwassenen de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs samen delen en ontlasten we de scholen. Ik heb in Amsterdam gemerkt dat partijen zich graag aansluiten bij het Wonderwel netwerk en het leuk vinden onderdeel te worden van dat grotere geheel.

Daarnaast kan Wonderwel van meerwaarde zijn omdat het programma het losse aanbod (warme truiendag, energieke scholen, plastic soep, zwerfafval, geen vet door het toilet) kan binden aan het verhaal van de basisvoorzieningen. Zo ontstaat er meer eenheid in het aanbod naar scholen. De gemeente Amsterdam wil Wonderwel op die manier gaan gebruiken.