De wonderwel huisarts

Gisteren (9 december 2015) hebben Marlie Hollands en ik gesproken met twee huisartsen die ook moeders zijn in haar kleuterklas. Marlie is kleuterjuf op basisschool de Catamaran en samen met haar koppel ik het Wonderwel programma aan het curriculum van deze school. Dit met hulp van de scholenbeurs van Amsterdam.

Belangrijk vind ik dat we het woord Wonderwel goed zaaien bij de kleuters. Als dat gebeurt kunnen ze de Wonderwel ervaringen die ze later in de volgende klassen opdoen plaatsen en zelf tot een geheel maken. Maar ja waar staat Wonderwel voor? In het gesprek met de twee huisartsen werd dat al snel duidelijk.

Het idee is om bij de kleuters nu hun methode komende januari gezondheid behandelt het eigen lichaam tot uitgangspunt te nemen. Wonderwel gaat dan in op hoe bijzonder het is dat ons lichaam het zo goed doet. Steek maar eens langzaam je hand omhoog....Jeetje zeg dat mijn hand dat zomaar doet op mijn idee. Hoera ik doe het! Dat is het gevoel dat we met Wonderwel de kinderen graag willen meegeven. Dat ze zich verwonderen over zoiets vanzelfsprekend.

In het gesprek gisteren kwamen we erop uit dat de valkuil bij gezondheid is, dat we al snel uitkomen op ziek zijn. Dat mag best als de kinderen daarover beginnen, maar de Wonderwel insteek is steeds weer hoe bijzonder het is dat ons lichaam het zo goed doet. Dus gaan we met de kinderen onderzoek doen wat we nodig hebben om ons lijf het goed te laten doen: eten, drinken, warmte en kunnen poepen en plassen bijvoorbeeld. Daarnaast gaan de kinderen hun eigen lijf ervaren: kunnen ze hun hart voelen/horen en wat gebeurt als je veel lucht inademt? Ze gaan hun lichaam tekenen met op de tekening ook de binnenkant van je lichaam die je niet kunt zien.

Tijdens deze lessenserie, die Marlie nu ontwikkelt worden allerlei vragen verzameld rond gezondheid. De kinderen nodigen de artsen in de verschillende kleutergroepen uit, want die zijn deskundig en weten de antwoorden wel op die vragen. Belangrijk is dan dat ook de huisarts die voor de klas staat uitdrukking geeft aan zijn/haar eigen verwondering over het functioneren van ons lichaam. Soms kan de arts zelfs zeggen 'goeie vraag zeg, dat weet ik niet precies'. Zo leren de kinderen dat we ons niet hoeven te schamen als je iets niet weet. Dat het 'niet weten' juist weer het begin kan zijn van een nieuw avontuur.

Op deze manier worden de kinderen ingewijd in de toon waarmee Wonderwel de jaren daarna de werking van de basisvoorzieningen behandelt. Wat bijzonder zeg dat de kraan het elke dag weer doet. Waar komt dat water nou vandaan? Hoe werkt een stopcontact eigenlijk en zo verder. We willen met het Wonderwel programma de kinderen het plezier van niet weten en onderzoeken meegeven. Als dat het gevoel is wat kinderen krijgen als de juf of meester zegt 'we gaan weer aan de slag met Wonderwel' dan is het zaaien bij de kleuters gelukt.

De huisarts is de eerste deskundige die de kinderen ontmoeten bij het Wonderwel programma. De jaren daarna komen de boerin, de waterzuiveraar, de vuilnismannen/vrouwen, de medewerkers van een pompenbedrijf en een loodgieter aan bod. De kinderen leren dat het bijzonder is dat ons lichaam het doet en hoe belangrijk de basisvoorzieningen daarbij zijn. En ze kunnen bij Wonderwel de mensen bedanken die elke dag weer het werk voor ons doen!